top of page

Hoe denkt de kerk over…Heiliging

Hoe denkt de kerk over ………… heiliging?

"Een koninkrijk van priesters zul je zijn, een heilig volk" (Exodus 19:6)

"Ik ben de HEER, die jullie uit Egypte heeft geleid om jullie God te zijn. Wees heilig, want ik ben heilig.” (Leviticus 11:45)

"Heilig" is een begrip dat bij wijze van spreken met hoofdletters wordt geschreven in de Bijbel. God is heilig. Dat is de basis van het begrip. Maar wat betekent dat nu precies? In het Hebreeuws komen we meestal het woord "kadosh" tegen wat ten diepste "apart gezet" betekent. God is de "compleet andere". Nu heeft dat "anders zijn, apart gezet zijn" op zich nog geen morele inhoud. Zelfs de tempelprostituees in het heidendom waren apart gezet en als zodanig "heilig" terwijl we toch niet echt kunnen beweren dat die moreel en godsdienstig goed bezig waren. Voor God ligt dat anders, en profeet Jesaja beschrijft dat:

6 Zoekt de Here, terwijl Hij Zich laat vinden; roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. 7 De goddeloze verlate zijn weg en de ongerechtige man zijn gedachten en hij bekere zich tot de Here, dan zal Hij Zich over hem ontfermen – en tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. 8 Want mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet mijn wegen, luidt het woord des Heren. 9 Want zoals de hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn mijn wegen hoger dan uw wegen en mijn gedachten dan uw gedachten. (Jesaja 55)

Eén van de wijzen waarop God compleet anders is, is in Zijn denken, zijn vergeving, zijn liefde. Zie bv ook Ezechiël 18.

De teksten die aan het begin geciteerd zijn vertellen een belangrijk verhaal. Het is na de bevrijding uit de slavernij van Egypte dat God zijn volk oproept om heilig te zijn. Dat is een principe: de opdracht tot een heilig leven komt pas nadat God ons heeft bevrijd. Het kan nooit uit eigen kracht. Alle geboden die het volk kreeg hadden dat doel: heilig zijn. En die heiligheid is niet alleen maar apart gezet zijn, het is apart gezet zijn voor God. Een koninkrijk van priesters is wat God zoekt. En in 1 Petrus 2:9 lezen we dat God dit ook wil van ons[1].

Wat zijn priesters? In het Oude Testament zijn dit mensen die door God zijn uitgekozen om het volk te dienen in hun omgang met God. Ze gaven onderwijs, maar vooral ook waren ze bezig met het brengen van offers. Die zijn er nu niet meer maar het idee is er natuurlijk nog steeds, het zijn mensen die anderen bij God brengen. En God bij anderen. Ze zijn als het ware Gods aanwezigheid tussen de mensen.

Dan wordt natuurlijk heel belangrijk om te weten hoe dat moet gebeuren. Jezus legt de lat hoog:

43 Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Je moet je naaste liefhebben en je vijand haten.” 44 En ik zeg jullie: heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen, 45 alleen dan zijn jullie werkelijk kinderen van je Vader in de hemel. Hij laat zijn zon immers opgaan over goede en slechte mensen en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen. 46 Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft? Doen de tollenaars niet net zo? 47 En als jullie alleen je broeders en zusters vriendelijk bejegenen, wat voor uitzonderlijks doe je dan? Doen de heidenen niet net zo? 48 Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse Vader volmaakt is. (Mattheüs 5)

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is. 37 Oordeel niet, dan zal er niet over je geoordeeld worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Vergeef, dan zal je vergeven worden. 38 Geef, dan zal je gegeven worden; een goede, stevig aangedrukte, goed geschudde en overvolle maat zal je worden toebedeeld. Want de maat die je voor anderen gebruikt, zal ook voor jullie worden gebruikt.’ (Lucas 6)

Uiteraard is dit helemaal in lijn met de geboden uit het Oude Testament waarin de opdracht om God en de naaste lief te hebben al centraal staat[2]. Toch, de woorden zijn duidelijk, maar daarmee nog niet eenvoudig uit te voeren. We voelen al wel aan, volmaakt en barmhartig als God zijn vergt heel veel van ons. Hoe kan een mens zo liefhebben? Want dat is het natuurlijk. Niet voor niets is de liefde de vervulling van elk gebod.[3] Maar als christenen beseffen we dat die liefde heel ver kan gaan. Zoals Johannes schrijft in zijn eerste brief: "En hierin is Gods liefde ons geopenbaard: God heeft zijn enige Zoon in de wereld gezonden, opdat we door hem zouden leven." (1 Joh 4:9). Die Zoon is wel aan het kruis terecht gekomen……..

Dit brengt ons bij het begin van heiliging: overgave. Want dat betekende het voor Jezus om in deze wereld te komen en mens te worden. Filippenzen 2 beschrijft dat prachtig:

5 Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6 Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7 maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8 heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood – de dood aan het kruis.

Het hele christelijke leven heeft in feite te maken met dit sterven met Christus, maar ook met het opstaan in nieuw leven (Zie Romeinen 6).

Maar met overgave zijn we er niet. Heiliging heeft altijd te maken met wat God in ons doet. Natuurlijk heeft degene gelijk die zegt dat het de Heilige Geest is die ons tot geloof en tot overgave brengt. Dat is helemaal juist en dat is een deel van het proces. Maar dat proces heeft een doel en dat doel is dat Gods liefde in ons hart wordt uitgestort (Romeinen 5:5). Dat we leven zoals Paulus dat zo prachtig beschrijft in 1 Korintiërs 13. Dat we vervuld worden met de Heilige Geest (zie heel Handelingen). Dat Gods koninkrijk gestalte krijgt.

Volkomen

Tot zover is dit een verhaal dat christenen wereldwijd onderschrijven en ook altijd hebben gedaan. Maar in onze kerk is er een speciaal accent op heiliging wat omschreven wordt met "volkomen heiligmaking". En dat roept natuurlijk heel veel vragen op. Wat is er in deze wereld ooit volkomen? Hoe kun je daar over spreken als je het hebt over mensen als u en ik, met hun gebreken, maar ook met hun zonden? Schrijft Johannes niet "Als we zeggen dat we nooit gezondigd hebben, maken we hem tot een leugenaar en is zijn woord niet in ons"? (1 Joh 1:10) Of zoals Jezus zei, "Niemand is goed, alleen God." (Lucas 18:19)

Als u dit alles zo op een rijtje zet voelt u al aan dat er een spanningsveld is. Dezelfde Jezus vraagt ons om volmaakt te zijn zoals God dat is. Dezelfde Johannes schrijft ons "opdat u niet zondigt" (1 Joh 2:1). Het lijkt er bijna op dat de bijbel zichzelf tegenspreekt. Maar dat kan toch nooit Gods bedoeling zijn geweest?

We moeten dus wat dieper gaan graven. Allereerst, Johannes schrijft over het verleden. Er is geen mens die nooit gezondigd heeft. En dat klopt. Jezus noemt blijkbaar zichzelf niet eens goed, terwijl Hij nooit gezondigd heeft. Dus dat vers mogen we ook niet zomaar uit zijn context halen.

In onze kerkelijke traditie is het de Engelse predikant en evangelist John Wesley geweest die in de 18e eeuw enorm bezig is geweest met evangelisatie, maar ook met heiliging. Hij greep daarbij vooral terug op de oosterse kerkvaders. Wat hem betreft ging het om de verlossing van de hele mens: naar lichaam, ziel en geest. Het is niet alleen maar zorgen dat mensen naar de hemel gaan, het is ook hen helpen in het nu en evenzo aansporen om in het nu heilig te leven. Gods verlossing, zo leerde hij, is altijd veel meer geweest dan enkel in het hiernamaals.[4] En dat is een heel Bijbelse gedachte.

Hij heeft enorm geworsteld met het spanningsveld van aan de ene kant de Bijbelse beloften[5], en aan de andere kant de realiteit van onze menselijke gebrokenheid. In zijn "Plain Account of Christian Perfection" probeert hij binnen dat spanningsveld te blijven, maar het blijft een lastige materie. Wanneer is iets zonde, wanneer is het een fout? Wesley was wijs genoeg om niet te geloven in "zondeloze volmaaktheid". Maar hij geloofde wel dat Gods liefde een mens volkomen kan vervullen.

Ontwikkelingen

Sindsdien (de 18e eeuw) is het denken hierover niet stil blijven staan. In de Amerikaanse heiligingsbeweging (waar de Kerk van de Nazarener vandaan komt) is veel nadruk gelegd op overgave, de crisiservaring, je onthouden van alles wat maar lijkt op zonde en ontstond zelfs in sommige kringen de gedachte dat iemand die eenmaal volkomen geheiligd was, nooit meer zonden hoefde te belijden. Dat had ook alles te maken met een beperkte kijk op zonde. Vaak werd de definitie gehanteerd: "een bewuste overtreding van een bekende wet van God". Nu is dat op zich geen slechte definitie. Minstens 90% van de situaties waarin de Bijbel over zonde spreekt passen prima bij deze definitie. Maar niet alles. En het gevaar is ook dat mensen gaan denken dat als ze niets bewust fout hebben gedaan, ze niet hebben gezondigd en dus ook geen vergeving hoeven te vragen. Dat kan in relaties behoorlijk wat spanning opleveren. Het Oude Testament kende niet voor niets de offers voor de onbewuste zonden.

In de tweede helft van de 20e eeuw is er weer een tendens richting een meer Wesleyaanse kijk op heiliging gekomen, waarbij er ook minder accent was op het begrip "crisiservaring".

Daarnaast raken we ons er steeds meer van bewust dat als je zonde dus enkel ziet als een persoonlijk fenomeen, je wel erg krap kijkt. Zonde kan ook zitten in onrechtvaardige structuren, onderdrukkende (economische) systemen, collectieve blindheid, sexisme, racisme enzovoort. Dat betekent dat er weer meer zicht komt op het feit dat we altijd moeten bidden "vergeef ons onze schulden" zoals Jezus ons leerde in het Onze Vader.

Maar daarmee is het hele idee van volkomen heiligmaking wel vager geworden en velen hebben inmiddels geconstateerd dat er inderdaad een crisis is, maar dan ten aanzien van hoe we volkomen heiligmaking moeten definiëren! Het begint een leer te worden waarmee menig Nazarener zich een beetje verlegen mee voelt. Op de Algemene Vergadering in 2009 is ons geloofsartikel hierover behoorlijk aangepast, maar zonder echt helderheid te scheppen ten aanzien van de vragen die tegenwoordig worden gesteld.

En nu?

We hebben dus een leer en een ervaring overgeleverd gekregen die op een of andere manier niet meer één op één past in de tijd waarin we leven. Natuurlijk is God niet veranderd. Maar de verwoording van de ervaring van heiligmaking verandert wel, omdat die gebruik maakt van de begrippen en het denken van de tijd waarin men leeft. Dat kan ook niet anders willen we kunnen communiceren.

De opdracht om heilig te leven, liefde als de vervulling van de wet, de noodzaak van overgave van heel ons leven en de vervulling met de Heilige Geest die ons hart reinigt (Handelingen 15:9) blijven altijd de bouwstenen van een leer over heiliging. Dat zal nooit veranderen.

Ik denk dat we in onze tijd ons er bewuster van worden van wat Paulus schreef in 2 Korintiërs 4:7, namelijk, we hebben de schat van Gods licht in ons hart wel "in aarden vaten, zodat de kracht, die alles te boven gaat, van God is en niet van ons". Wesley schreef ooit dat het is alsof de Heilige Geest speelt op een piano die nodig gestemd moet worden: de bespeler is volmaakt, maar het geluid niet. We horen de melodie van God altijd door valse noten heen.

Het lijkt me ongelofelijk belangrijk om dat te beseffen. Wij zijn en blijven onvolkomen mensen waar de Geest doorheen kan werken. En opmerkelijk, maar juist onze gebrokenheid brengt de kracht van God aan het licht. Paulus schrijft over de kracht die zich juist ten volle openbaart in zwakheid (2 Korinthe 12:9). De Canadese zanger Leonard Cohen beschreef het zo: "Forget your perfect offering, there's a crack in everything, that's where the light gets in". Ofwel, "Vergeet je volmaakte offer maar. Er zit een scheur in alles, daar komt het licht door naar binnen". Soms kom je in de seculiere cultuur een heiligingstekst tegen. Juist door onze erkende gebrokenheid kan God naar binnen.

Dat roept ons op om voortdurend in het gebed te vragen dat de Geest ons mag vervullen (Efeze 5:18) maar ook om te beseffen dat we het in onze gebrokenheid voortdurend van genade moeten hebben. Wij net zozeer als onze naaste.

In de laatste 20 jaar is steeds meer het besef ontstaan dat heiliging gezien kan worden als de kwaliteit van onze relatie met God. Hoe beter die relatie, hoe heiliger ons leven. Daar zit heel veel waars in als we maar in de gaten houden waar Johannes ons voor waarschuwt:

Geliefde broeders en zusters, laten wij elkaar liefhebben, want de liefde komt uit God voort. Ieder die liefheeft is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft kent God niet, want God is liefde. (1 Johannes 4:7-8)

Daarom schreef Wesley ook dat er geen heiliging is dan sociale heiliging. Je kunt niet in je eentje heilig zitten wezen. Heiliging zit 'm dus ook in de kwaliteit van de relatie met de ander.

En daarmee is de cirkel rond want die relatie kan alleen maar goed zijn als we vergeven. Immers, die anders is minstens zo onvolmaakt als we zelf zijn. En dit brengt ons weer bij Mattheüs 5 en Lucas 6.

Hoe ver kan God gaan met zijn heiligende werk?

Ik denk dat die vraag vrijwel niet te beantwoorden is. Maar één ding is zeker: bij God zijn alle dingen mogelijk. Stel daarom geen grens aan wat Hij kan doen. Zoek Hem met heel je hart. Geef je leven aan Hem over. Bouw aan de relatie met God en met je naaste. En verwacht "de kracht die alles te boven gaat" van Hem.

[1] "Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht."

[2] "Luister, Israël: de HEER, onze God, de HEER is de enige! Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten." (Deuteronomium 6:4-5) en "Heb je naaste lief als jezelf." (Leviticus 19:18)

[3] "Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ – deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde." (Romeinen 13:8-10)

[4] In een preek over Efeze 2:8, schreef hij: "Wat is verlossing? De verlossing waarover hier gesproken wordt is niet dat wat regelmatig onder dat woord verstaan wordt; nl. het naar de hemel gaan, het eeuwige geluk. Het is niet het gaan van de ziel naar het paradijs, door onze Heer "Abrahams schoot" genoemd [Luc 16:22]. Het is niet een zegen die aan de andere kant van de dood ligt of, (zoals we dat meestal zeggen) "in de andere wereld". Juist de woorden van de tekst zelf verheffen dit boven iedere discussie: "Gij zijt behouden". Het is niet iets dat op een afstand ligt. Het is in het nu, een zegen waarvan gij door de vrije genade van God nu in het bezit bent. Nee, de woorden zouden zelfs met evenveel recht vertaald kunnen worden met "zijt gij behouden geworden", zodat de verlossing waarover hier gesproken wordt uitgebreid zou kunnen worden tot het hele werk van God, vanaf het eerste ochtendgloren van de genade in de ziel totdat ze v